Witwassen is een relatief jong delict – art. 420bis Sr trad op 14 december 2001 in werking – en witwaszaken leunen zwaar op internationale bewijsgaring. Dat levert een eigen laag processuele en internationale rechtspraak op: rechtshulp, uitlevering, ne bis in idem en de positie van geheimhouders.
Wat de besproken arresten leren
- Tweede vervolging criminele organisatie (ECLI:NL:HR:2026:125) – het openbaar ministerie mag bij opeenvolgende vervolgingen een knip zetten in het oogmerk van (min of meer) hetzelfde samenwerkingsverband – eerst een drugs- en witwasorganisatie, daarna een geweldsorganisatie – mits feitelijk een voldoende duidelijk verschil bestaat in oogmerk-misdrijven en gedragingen. Van belang voor EncroChat-onderzoeken die in deelonderzoeken worden opgeknipt.
- EncroChat-bewijs via JIT (ECLI:NL:HR:2026:650) – art. 31 van Richtlijn 2014/41/EU beschermt niet alleen de soevereiniteit van de genotificeerde lidstaat maar ook de rechten van de getroffen gebruiker; bij uitwisseling binnen een joint investigation team is de richtlijn echter niet van toepassing, zodat de bestaande EncroChat-lijn overeind blijft.
- Doorbreking verschoningsrecht (ECLI:NL:HR:2005:AT4418) – het verschoningsrecht van de advocaat is niet absoluut: bij zeer uitzonderlijke omstandigheden, zoals de verdenking van een crimineel samenwerkingsverband van een advocaat met cliënten rond het witwassen van een zeer grote geldsom, prevaleert de waarheidsvinding; het onderzoeksbelang jegens medeverdachten mag daarbij meewegen.
- Dubbele strafbaarheid bij rechtshulp (ECLI:NL:HR:2004:AR2448) – bij kleine rechtshulp met dwangmiddelen wordt de dubbele strafbaarheid ex nunc beoordeeld: beslissend is het moment waarop de strafvorderlijke bevoegdheid wordt uitgeoefend, niet de pleegdatum van het buitenlandse feit. De late inwerkingtreding van art. 420bis Sr is zo geen verweer in de verlofprocedure.
- Uitlevering en WOTS (ECLI:NL:HR:2003:AF1909) – ook voor de WOTS-exequaturtoets geldt een ex-nunc-benadering: het verlof tot tenuitvoerlegging is geen ‘berechting en bestraffing’, zodat het legaliteitsbeginsel niet wordt geschonden als het feit pas na de pleegdatum naar Nederlands recht strafbaar werd.
- Fiscale exceptie (ECLI:NL:HR:2005:AR7621) – in de confiscatierechtshulp ziet het Nederlandse voorbehoud bij het Witwasverdrag alleen op zuivere belastingdelicten; commune delicten die met belastingfraude verband houden vallen erbuiten.
- Caribisch concordantierecht (ECLI:NL:HR:2005:AT8314) – het Antilliaanse witwasrecht is, net als titel XXXA Sr, gestoeld op het Verdrag van Straatsburg 1990; de Hoge Raad legt het objectbestanddeel er even ruim en teleologisch uit.
Alle besprekingen in de rubriek ‘Overig’ →
Laatst bijgewerkt op 21 juli 2026, op basis van de veertien tot dan toe verschenen besprekingen. Deze pagina wordt aangevuld naarmate nieuwe besprekingen verschijnen.