Schuldwitwassen

Schuldwitwassen (art. 420quater Sr) vervangt het opzet van art. 420bis Sr door culpa: de verdachte moest redelijkerwijs vermoeden dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig was. Het overige kader – het herkomstbewijs, de delictsgedragingen, de kwalificatie-uitsluitingsgrond – is gelijk aan dat van de opzetvariant; alleen de subjectieve maatstaf verschilt.

Het kader

De culpamaatstaf komt erop neer dat de verdachte, gezien de omstandigheden, op de gedachte had moeten komen dat de legale herkomst van het voorwerp twijfelachtig was, en niettemin zonder nader onderzoek heeft gehandeld. Dezelfde maatstaf keert buiten het strafrecht terug, bijvoorbeeld bij conservatoir anderbeslag (art. 94a lid 3 Sv). In de actuele toepassingspraktijk speelt de culpavariant onder meer bij geldezels die hun bankpas en pincode tegen vergoeding afstaan (ECLI:NL:HR:2025:871).

Wat de besproken arresten leren

  • ‘Geld’ naar algemeen spraakgebruik (ECLI:NL:HR:2005:AT8314) – een Antilliaanse zaak over culpoos ‘voordeel trekken’ uit door misdrijf verkregen geld: de ontvangst van een groot bedrag vlak voor een grondtransactie had vragen over de herkomst moeten oproepen. Het arrest leert bovendien dat ‘geld’ naar algemeen spraakgebruik wordt uitgelegd – ook een bankierscheque valt eronder – een redeneerstijl die de latere ruime uitleg van ‘voorwerp’ (alle zaken en vermogensrechten, inclusief giraal geld en cryptovaluta) prefigureert.
  • Anderbeslag (ECLI:NL:HR:2005:AT8049) – de culpamaatstaf van art. 94a lid 3 Sv (‘wist of redelijkerwijs kon vermoeden’) spiegelt schuldwitwassen; de wetsgeschiedenis noemt het anderbeslag uitdrukkelijk als instrument tegen derden die zich feitelijk aan vormen van witwassen of heling schuldig maken.

Alle besprekingen in de rubriek ‘Schuldwitwassen’ →

Laatst bijgewerkt op 21 juli 2026, op basis van de veertien tot dan toe verschenen besprekingen. Deze pagina wordt aangevuld naarmate nieuwe besprekingen verschijnen.